Over Stage

Scholieren moeten ook beroepswerkzaamheden leren, hun moeten ook leren hoe zich te gedragen in een bedrijf, daar is de stage voor. Met stagelopen doen scholieren praktijkervaring op, die de school niet kan bieden.

  • De leerling ervaart dat de schoolsituatie anders is dan de werksituatie.
  • Werktijden zijn anders dan schooltijden.
  • Met werk bezig blijven is anders dan ieder uur een andere les krijgen.

Welke zaken zijn belangrijk voor een stageplaats?

  • De Stageplaats moet een erkend leerbedrijf zijn.
  • De stageplaats dient in overeenstemming te zijn met de aard en het niveau van de opleiding.
  • De stageplaats dient in voldoende mate bij te kunnen dragen tot verwezenlijking van jouw doelstellingen.
  • Organisatie dient voldoende en deskundige begeleiding te kunnen geven.

Er zijn verschillende soorten stages:

  • Werkstage,
  • Werkend leren,
  • Afstudeerstage,
  • Snuffelstage,
  • Observatiestage,
  • Participatiestage (specifieke stage),

Werkstage:

Een werkstage is een stage waarbij een werkloze met behoud van zijn/haar bijstandsuitkering werkervaring opdoet bij een bedrijf, gedurende drie tot zes maanden. Soms is dit zelfs een jaar. Vaak zorgt een reïntegratiebedrijf, dat er een stageplek voor de werkzoekende wordt gevonden. Het is vaak wel de bedoeling dat de werkloze doorstroomt naar een echte betaalde baan, maar in de praktijk lukt dit vaak niet. Het bedrijf waar de werkloze stage loopt, kost het geen geld omdat het geen salaris hoeft te betalen aan de werkloze die nog gewoon zijn uitkering ontvangt en nog onder de Wet werk en bijstand valt. De werkloze heeft ook nog steeds een sollicitatieplicht tijdens zijn werkstage en moet zich ook houden aan de overige regels van de bijstandswet.

Werkend leren,

In het MBO moeten leerlingen verplicht stage lopen in het bedrijfsleven. Soms worden deze stages gecombineerd met een baan in het bedrijf. Als de stage meer dan 60% deel uitmaakt van de totale MBO opleiding wordt dit de Beroeps Begeleidende Leerweg (BBL) genoemd. Als er een kleiner deel van de opleiding gebruikt wordt voor stage in het MBO heet dit de beroepsopleidende leerweg. Stageplaatsen worden erkend door de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven.

Afstudeerstage:

Hierbij loopt de student het laatste deel van zijn/haar studie stage (van minimaal zes weken tot een jaar). De afstudeerstage wordt afgerond met een verslag of (afstudeer)scriptie.

Snuffelstage:

Een snuffelstage houdt in dat je ergens stage loopt, maar dat de stage niet direct gericht is op het verkrijgen van beroepsbekwaamheden. Een snuffelstage is eerder gericht op het kennismaken met bepaalde beroepsbezigheden zodat bijvoorbeeld op een verantwoorde manier een (nadere) keuze kan worden gemaakt. Meestal vindt dit plaats tijdens het secundair onderwijs/middelbare school, omdat je nog een beginner bent en niet toe bent aan een volwaardige stage.
Zo is in het onthaalonderwijs voor anderstaligen een snuffelstage in vervolgklassen een waardevol keuze-element. Leerlingen maken niet alleen inhoudelijk kennis met andere studierichtingen/-profielen, maar kunnen zich ook een idee vormen van de daar gestelde studie-eisen.

Voor de stagiair is een snuffelstage vaak ook een eerste kennismaking met een 'lange' werkweek met afwijkende tijden, wat in vergelijking met de schooltijden als zwaar wordt ervaren. Ook de omgang met collega's is nieuw; collegialiteit moet worden geleerd.

Observatiestage:

Hier volgt de student het praktijkgebeuren, zonder zelf op te treden. Het is dus een stage die vooral aan het begin van een opleiding past. Zo gaan eerstejaars maatschappelijk werkers enkele weken meevolgen in een instelling. In de hogere jaren volgen dan de uitvoerende taken.

Participatiestage (specifieke stage):

Hier kan de student, weliswaar onder begeleiding, zelf al beroepsspecifieke taken uitvoeren. Een specifieke stage houdt dus in dat je stage loopt die precies bij je huidige opleiding en zelfs bij je huidige branchekeuzen past. Nu ga je echt kennis maken met je opleiding in de praktijk.

PRINTEN